De Fabulant, de weergoden en een eigenwijze wandeling

Een nieuw avontuur in het wonderlijke woud van Den Treek-Henschoten. Over zaterdagmiddagen in oktober, stugge weersvoorspellers en het geluk van wie toch zijn laarzen aantrekt. 

Een nieuw avontuur in het wonderlijke woud van Den Treek-Henschoten. Er was eens, op een zaterdagmiddag in oktober, een man die zijn eigen weg ging. Niet omdat hij niet wilde luisteren, maar omdat hij vond dat een mens zelf nog altijd het beste kon bepalen wanneer hij naar buiten ging.Die man was ik. Lars de Fabulant, levenskunstenaar, verhalenverteller en volgens sommigen een tikje eigenwijs. Maar dat laatste beschouw ik persoonlijk als een bijzonder goede eigenschap.

Het begon allemaal toen ik eens op Buienradar keek. „Regen!” voorspelde Buienradar dreigend.„En wind!” voegde Weeronline er nog eens nadrukkelijk aan toe.

Het leek wel alsof die twee heren samen een vergadering hadden gehouden en besloten hadden dat niemand deze middag nog plezier mocht beleven in de natuur.

„Nou, heren,” mompelde ik, „dat zullen we nog weleens zien. Ik laat mij niet door twee weersvoorspellers vertellen wat ik wel en niet moet doen!”

Ik trok mijn jas aan, zette mijn vertrouwde hoed op mijn hoofd en pakte mijn wandelstaf. Die lange houten metgezel, met zijn zwarte boveneinde, heeft inmiddels meer bospaden gezien dan menige wandelschoen.En daar ging ik. Op naar Den Treek-Henschoten!

Het woud had andere plannen

Nauwelijks had ik de eerste bomen achter mij gelaten, of ik hoorde een bekend stemmetje. „Daar is hij weer!” Vanachter een oude boom verscheen Liora de Lantaarnfee. Haar lantaarntje brandde, hoewel het nog volop dag was.„Wat doe jij hier?” vroeg ze verbaasd. „Volgens de weersvoorspellingen zou je thuis moeten zitten!”„Volgens de weersvoorspellingen,” antwoordde ik, „zou ik waarschijnlijk ook een paraplu, regenpak en reddingsboot moeten meenemen.” Liora schaterde het uit.

Even verderop zat Mirel van de Maanmeren op een bemoste boomstronk. Naast haar lag Vixela de Schaduwvos, die één oog opende toen ik naderde.„Hij luistert weer eens niet naar de mensenwereld,” fluisterde Vixela. „Dat doet hij gelukkig wel vaker,” antwoordde Mirel glimlachend.

Vanuit de bomen klonk plotseling een diepe stem.„En groot gelijk heeft hij!”

Het was de Kraaienwachter, die met zijn zwarte mantel tussen de stammen stond. Boven hem kraste een kraai alsof hij het volkomen met zijn meester eens was.

„In dit bos,” sprak de Kraaienwachter plechtig, „bepalen de bomen wanneer het waait en de wolken wanneer het regent. Niet die kastjes van de mensen!”

„Precies!” zei ik. „Eindelijk iemand die mij begrijpt.”

Een onverwachte ontmoeting

Bij een groepje paddenstoelen zaten Bram Wortel en Kreukel de Paddenstoelenprater. Kreukel keek naar mijn wandelstaf.

„Daar heb je hem weer, onze wandelende verhalenverzamelaar!” „En waar gaat de reis vandaag naartoe?” vroeg Bram.

„Dat weet ik nog niet,” antwoordde ik. „Dat is juist het mooie van wandelen. Je hoeft niet altijd te weten waar je uitkomt.”

Tussen de varens verscheen Lysandra Mergeldauw, met naast haar een jong ree.

Verderop stonden drie wolven tussen de bomen. Ze keken even onze kant op, zoals wolven dat kunnen: nieuwsgierig, voorzichtig en vooral op hun eigen voorwaarden. „Dag jongens,” fluisterde ik.Maar voordat ik nog iets kon zeggen, verdwenen ze alweer geruisloos tussen de stammen.„Typisch,” mompelde ik. „Die wolven zijn nog betere verstoppertjesspelers dan vroeger de kinderen op het schoolplein.”

En ergens tussen de bomen hoorde ik zacht gelach. Zelfs Wijsneus en Slimpie waren in deze sprookjeswereld van de partij. De twee lieverds zaten tussen de varens en keken mij aan alsof ze wilden zeggen: Ga jij maar lekker wandelen. Wij houden hier de boel wel in de gaten.

Toen begon mijn broekzak te praten

Ik liep heerlijk verder. De geur van het bos, het zachte gekraak van takjes onder mijn schoenen en de stilte tussen de bomen maakten de middag precies zoals ik hem graag heb.Totdat...PING! Mijn mobiele telefoon. Ik keek op het scherm.

Een onverwacht bericht. „Ach,” dacht ik, „dat kan gebeuren.” Ik liep verder. PING! Nog iets.

En even later bleek dat er onverwacht andere zaken waren die mijn aandacht vroegen.

„Wat is dat voor een vreemd vogeltje?” vroeg Liora, terwijl ze naar mijn broekzak keek.

„Dat,” antwoordde ik, „is een moderne boodschapper. Hij heeft geen vleugels, geen veren en zingt niet. Maar hij weet je altijd te vinden, zelfs midden in het bos.” De Kraaienwachter schudde zijn hoofd.

„Vroeger stuurden ze tenminste nog een raaf!”

„Ja,” zei ik, „maar die kon je tenminste nog vertellen dat hij morgen maar terug moest komen.”

Ik besloot mijn wandeling wat in te korten.

Niet vanwege de regen.

Niet vanwege de wind.

En al helemaal niet omdat Buienradar en Weeronline mij hadden gewaarschuwd.

Nee, er waren simpelweg andere dingen die onverwacht mijn aandacht nodig hadden.

De terugweg van een levenskunstenaar

Toen ik mij omdraaide, riep Kreukel mij nog na:

„Hebben die weermannen dan toch gewonnen?”

Ik bleef staan, keek over mijn schouder en antwoordde:

„Gewonnen? Helemaal niet! Ik ben toch mooi buiten geweest!”

Liora zwaaide met haar lantaarntje. Mirel glimlachte, Vixela verdween tussen de varens en de Kraaienwachter tikte plechtig tegen zijn hoed.

 

Bram Wortel riep nog iets over een volgende wandeling, maar zijn stem verdween tussen de bomen.

Ik wandelde rustig terug, mijn staf stevig in de hand.

En terwijl ik huiswaarts ging, bedacht ik dat niet iedere wandeling lang hoeft te zijn om ervan te genieten.

Soms is een uurtje in het bos waardevoller dan een hele middag binnen zitten wachten op regen die misschien wel, misschien niet komt.

 

En die mobiele telefoon?

Ach, dat ding hoort tegenwoordig blijkbaar ook bij het leven van een Fabulant.

Al zou ik hem af en toe het liefst aan de Kraaienwachter meegeven.

Dan kon die er een mooie raaf van maken!

 

De moraal van dit sprookje?

Laat je informeren door de weersvoorspellingen, maar laat ze niet altijd jouw dag bepalen. En als het leven onverwacht andere plannen heeft, maak je gewoon een kortere wandeling.

 

Want zoals ik altijd zeg:

Het leven is de kunst van het tekenen zonder gum.

En vandaag tekende ik een wat kortere lijn door het bos.

Maar wel helemaal op mijn eigen manier.

 

Lars de Fabulant

Wie goed luistert, hoort het… het woud fluistert.

 

Op pad in Den Treek-Henschoten

Wie de luiken dichthoudt voor getallen op een scherm mist het mooiste schouwspel van de herfst. Met de kraag omhoog en stevige passen betrad ik de paden van Den Treek-Henschoten. De bomen fluisterden zachtjes in de wind, het bladerdek geurde naar aarde en mos, en in plaats van de beloofde zondvloed viel er niets meer dan een enkele verdwaalde druppel. De weergoden bleken zich helemaal niet aan de digitale voorspellingen te houden; zij hadden hun eigen plannen voor wie dapper genoeg was om te kijken.

De wijze les van het woud

Terwijl de herfstzon onverwacht door de kruinen brak en gouden banen over de paden wierp, werd de fabel van die middag glashelder. Het leven laat zich niet vangen in voorspellende grafieken of voorzichtige waarschuwingen. De belangrijkste les die het woud mij deze middag meegaf is eenvoudig maar onverbiddelijk: vertrouw nooit blind op Buienradar, maar luister liever naar je eigen wandeldrang.