Wintertijd en de lichtkarren langs de bosweg

Wanneer de klok een uur wordt teruggezet, daalt de duisternis al vroeg neer over de bosranden van Den Treek. Tussen de bomen ritselt het van leven, terwijl koplampen over het asfalt snijden. Een fabel over hoeders van het woud, oplichtende borden en een zachte waarschuwing in de schemering.

De waarschuwing van de Kraaienwachter

Toen de klok zich klaarmaakte om een uur terug te gaan, luisterde de Kraaienwachter naar het bos. Hij hoorde hoe de avond steeds vroeger viel en hoe de schemering samenviel met de drukte op de wegen. “Pas op, bosbewoners,” kraste hij hoog vanuit de kruinen. “En wees waakzaam, mensen achter het stuur. In het donker zijn reeën, dassen, vossen en marters onderweg. Soms steken ze plotseling over op het moment dat automobilisten naar huis rijden.”

Liora en de oplichtende bakens

Liora de Lantaarnfee keek peinzend naar de bosrand. Daar stonden de mobiele lichtkarren langs wegen waar het wild zich vaak laat zien. Hun borden glansden fel in het naderende duister, als kleine waarschuwingen uit het hart van het woud. Tot begin november waken deze karren in de provincie Utrecht langs de boswegen, als bakens van behoedzaamheid tussen twee verschillende werelden.

De wijze les van Vixela

Vixela de Schaduwvos wees zachtjes naar een ree dat schuchter tussen de stammen vandaan stapte. “Een dier kan onverwacht de weg op schieten,” fluisterde ze. “En waar één dier gaat, volgt er dikwijls nog één.” Daarom riepen de woudgeesten samen alle reizigers op om in bosrijke gebieden het gaspedaal te temperen. Want wie rustig rijdt, geeft het woud en zichzelf de tijd om te reageren.